Ontmoet Afrika
print

Ghana

Kennis over de cultuur van Ghana en het leven in rurale noord ghanese dorpen.
Ghana ligt in West-Afrika tussen Ivoorkust en Togo en ten zuiden van Burkina Faso. In het zuiden ligt Ghana aan de zee (Golf van Guinea). Het land is op zijn breedste punt 672 km (noord-zuid) bij 536 km (oost-west) en is daarmee ongeveer zo groot als Groot-Brittannië en telt ca. 18 miljoen inwoners. De hoofdstad Accra ligt aan de zuidkust: daar is ook het vliegveld. Het klimaat is tropisch met dagtemperaturen rond de 30-35 graden Celsius. Het noorden heeft een regenseizoen van mei t/m oktober (temperaturen zijn wat lager), een heet seizoen van februari t/m april (temperaturen zijn wat hoger) en van december t/m januari is er de Harmattan-wind die zorgt voor koele nachten (ca 18 graden) en een wat stoffiger atmosfeer. Het zuiden van Ghana is vochtiger dan het noorden en daardoor groener en vruchtbaarder met meer bossen. Het noorden bestaat uit savanne en de levensstandaard ligt hier aanzienlijk lager dan in het zuiden. De cultuur van Ghana is in deze streken vaak diep verbonden met oeroude tradities en gebruiken.

Ontmoet Afrika is feitelijk ontstaan in Noord-Ghana, waar we in 2004 de lokale NGO Meet Africa hebben opgezet (2004). Later is Ontmoet Afrika ook gaan samenwerken met organisaties in Midden-, Zuid- en Oost-Ghana. Dit verhaal heeft vooral betrekking op Noord-Ghana, waar nog steeds meer dan de helft van onze vrijwilligers en stagiairs naartoe gaan. 

Dagbon

Tamale is de hoofdstad van de ‘Northern Region’ en ligt ca. 500 km ten noorden van de kust en 200 km ten zuiden van de grens met Burkina Faso. De regio rondom Tamale heet Dagbon en wordt bewoond door de Dagomba, één van de vele bevolkingsgroepen en culturen van Ghana. Hun spreektaal is het Dagbanli en het stamhoofd (Ya-Na) woont in Yendi (ca. 60 km ten oosten van Tamale). De meeste mensen in het noorden zijn Islamitisch, maar elementen uit de traditionele godsdienst worden ook beoefend. Een minderheid is Christen.

Tamale

Tamale zelf is een kleine stad met vooral laagbouw en een landelijke sfeer. De mensen zijn er over het algemeen erg vriendelijk. Er is een aantal guesthouses, restaurants, bars, een markt, een aantal kleine supermarkten en vele andere winkeltjes, vele scholen, een ziekenhuis en klinieken, internetmogelijkheden en een busstation met bussen naar vele andere Ghanese steden. Er is ook een netwerk van ‘shared taxis’ waarmee je goedkoop naar de omliggende dorpen kunt. De stad is de standplaats van vele ontwikkelingsorganisaties en overheidsinstanties die in het noorden werkzaam zijn. De meeste gebouwen zijn van beton en hebben daken van golfplaat. Er is elektriciteit en de wat grotere huizen zijn aangesloten op de waterleiding. Tamale is niet echt interessant voor toeristen, maar je voelt je er wel snel op je gemak. Tamale is ook de aangewezen plek als je iets nodig hebt: van mooie stof tot geneesmiddelen en van koekjes en chips tot batterijen en fotorolletjes. Bovendien kun je er andere buitenlanders ontmoeten in één van de bars, restaurants of guesthouses.

Het traditionele dorp

De dorpen van de Dagomba bestaan uit groepen ronde en vierkante lemen hutten met rieten daken die verbonden zijn door lage muurtjes. De ruimte tussen de hutten is een binnenplaats waar wordt gekookt en gewerkt. Elke groep hutten heet in het Engels een compound en wordt bewoond door een familie van tussen de 2 en 20 personen met een gemiddelde van 10 personen. De Dagomba-cultuur is patrilineair georganiseerd. Dat wil zeggen dat een huis bewoond wordt door een man met zijn vrouw(en), zijn ongetrouwde dochters, zijn zonen met hun vrouw(en) en hun kinderen. Een man kan traditioneel net zoveel vrouwen trouwen als hij kan onderhouden, maar de meeste mensen houden zich aan de Islamitische regel van een maximum van 4 vrouwen (meestal blijft het echter bij 2 echtgenotes).

Activiteiten

In de dorpen wordt hoofdzakelijk landbouw bedreven. Veel verbouwde gewassen zijn: yam (smaakt naar aardappel), maïs, cassave, rijst, pinda’s, bonen en een aantal groenten. Er worden daarnaast kippen, parelhoenderen, geiten, schapen en koeien gehouden. Landbouwproducten en producten die in de natuur verzameld worden, zijn hoofdzakelijk voor eigen consumptie en worden daarnaast, eventueel bewerkt, verkocht op de markt. De mannen werken op het land en ze zorgen voor de bouw en grote reparaties van de hutten. De vrouwen koken, zorgen voor de kinderen, zoeken brandhout en maken sheabutter (van sheanoten) of een ander product om op de markt te verkopen. Kinderen vanaf 4 of 5 jaar oud helpen hun ouders. Sommigen gaan ook naar school.

Economie

Een echtpaar of familie heeft in de Noord-Ghanese cultuur geen gezamenlijke huishoudpot. Iedereen heeft zijn eigen inkomsten en is verantwoordelijk voor bepaalde kosten van de familie. Mannen hebben de plicht ervoor te zorgen dat het hoofdvoedsel (yam, maïs, cassave, pinda’s) aanwezig is. Verder zijn ze verantwoordelijk voor de huizen, het schoolgeld voor de kinderen en andere grote uitgaven zoals ziekenhuisrekeningen. Vrouwen kopen met hun op de markt verdiende geld de ingrediënten voor de soep (dat bij de maïspap gegeten wordt) als zij de kookbeurt hebben, hun persoonlijke benodigdheden (zoals kleren) en benodigdheden van hun kinderen.

Indeling van de leefruimten

Elke man vanaf ca. 12 jaar heeft binnen de cultuur van Ghana zijn eigen vierkanten hut. Elke getrouwde vrouw heeft samen met haar kinderen een ronde hut. Zolang een pas getrouwd stel nog geen kinderen heeft wonen ze samen in de hut van de man. Ongetrouwde dochters en jongens onder de 12 slapen in de hut van hun moeder. Naast de woonhutten heeft elke compound een hal: dit is een lege hut die zowel een ingang naar buiten als naar de binnenplaats heeft. Deze hal wordt gebruikt voor het ontvangen van officieel bezoek en voor vergaderingen. Tussen de woonhutten zijn nog kleine onderkomens voor kippen/hoenderen gebouwd en er zijn uitsparingen in de tussenmuurtjes die als badplaats en urinoir gebruikt worden, deze zijn niet overdekt. Men zoekt buiten het dorp een rustig plekje om de behoeften te doen. Er is een kook- en voedselopslaghut waar gekookt kan worden als het regent. Normaal kookt men op de binnenplaats. De moeder van het gezin kookt totdat de vrouwen van hun zoons kinderen hebben: die nemen het koken dan over. Als er meer vrouwen zijn koken ze ieder om beurten twee dagen. In het geval van meerdere echtgenotes slaapt degene die kookt ook bij haar man.

Voeding

’s Ochtends eet men de restjes van de vorige avondmaaltijd of koko. Dat is een pap van gefermenteerd maïsmeel met suiker en peper. ’s Middags en ’s avonds eet men TZ (een dikke maispap) met een soep van (gedroogde) okra, pinda’s of groene bladgroente. Tussendoor wordt regelmatig een gerecht van bonen of rijst gegeten en fruit of andere tussendoortjes. Op feestdagen (bezoek van eregasten, kraamvisite, bruiloft, begrafenis of jaarlijkse feesten) wordt er vlees gegeten.

Dorpsorganisatie en bestuur

Elk dorp heeft een dorpshoofd dat wordt bijgestaan door de ouderenraad (alleen mannen). De tindaana is de landpriester en de belangrijkste spirituele persoon van het dorp. Kamona is het hoofd van de dorpsstrijders die in actie komen tijdens (stammen)oorlogen. Hij kan ook bemiddelen en beslissen in het geval van conflicten tussen personen binnen het dorp.

Het dorpshoofd

Het dorpshoofd is verantwoordelijk voor de dagelijkse gang van zaken in het dorp. Hij beslist bijvoorbeeld wie waar een huis mag bouwen en hoeveel daarvoor eventueel betaald moet worden. Hij zorgt ervoor dat de ouderenraad vergadert over de zaken die het hele dorp aangaan en keurt hun beslissingen goed of af. Nieuwe bezoekers van een dorp dienen altijd eerst bij het dorpshoofd langs te gaan om hun aanwezigheid en bedoelingen kenbaar te maken.

Tindaana

De tindaana is verantwoordelijk voor de spirituele aspecten betreffende het land van het dorp. Zijn taak is het de goden van het land gelukkig te houden door erop toe te zien dat alle rituelen worden uitgevoerd en taboes niet worden overschreden. Als de goden gelukkig zijn zorgen ze voor goede oogsten, voldoende regen, vrede, vruchtbaarheid en gezondheid van alle mensen en dieren in het dorp. De tindaana krijgt dromen over zaken die het dorp aangaan. Als een evenwicht verstoord is en er moeten offers worden gebracht in het belang van het hele dorp, draagt ieder huis bij aan de kosten voor die offers. In Katariga (het dorp waar Lianne gewoond heeft) is de tindaana een vrouw, omdat het dorp een heilig stuk bos heeft dat vrouwelijk is. Er is geen dorpshoofd omdat de landgoden geen mannelijk hoofd dulden. In het verleden is af en toe geprobeerd een mannelijk dorpshoofd te installeren. Maar dat was nooit van lange duur, omdat er aldoor een snelle en onverklaarbare dood van dat nieuwe dorpshoofd op volgde. Deze situatie in Katariga is een uitzondering in Dagbon.

De ouderenraad

De ouderenraad binnen de cultuur van Ghana bestaat uit een aantal mannen dat ieder een bepaalde status en functie heeft. Zo’n functie kan bijvoorbeeld bestaan uit voorzitter van vergaderingen, rechter, opzichter, enz. Ze staan in dienst van het dorpshoofd en de tindaana en helpen hen bij het uitvoeren van hun taken. Het dorpshoofd en de tindaana kunnen dag en nacht beroep op hen doen. Ieder lid heeft ook de verantwoording over een bepaald stuk land en kan beschikken over de peulen van een bepaalde boomsoort die gebruikt worden voor verschillende nuttige doeleinden. Iedere ouderling heeft ook een bepaalde plaats (overeenkomstig met zijn status) in de hal van het dorpshoofd tijdens vergaderingen. Om een bepaalde titel van ouderling te bemachtigen moet je deel uitmaken van de speciale familie verbonden aan die titel. De taak die bij iedere ouderling hoort wordt bepaald aan de hand van de kwaliteiten van die persoon.

Ontmoet Afrika