Kameroen

image_print

Cultuur en manier van leven in centraal KameroenReis naar Kameroen; vrijwilligerswerk op het gebied van onderwijs en gezondheidszorg

Een reis naar Kameroen is een reis naar klein-Afrika! Kameroen ligt aan de kust van West-Afrika en ligt onder andere tussen Nigeria, Congo-Brazzaville, Centraal Afrikaanse Republiek en Tsjaad. Het land is 475,440 km² groot en telt zo’n 18,5 miljoen inwoners. De hoofdstad is Yaoundé, maar de stad Douala is het economisch centrum. Het vliegveld van Douala is groter en bekender en wordt daarom aangeraden om heen te vliegen.
Kameroen kent een grote variatie aan natuur: bergen en vlaktes, strand en grote bossen, groen en droogte is er allemaal te vinden, waardoor het land wordt gezien als ‘Afrika in het klein’. Kameroen heeft de hoogste bergtop van West-Afrika, de Mount Cameroon, die met een mooie tocht door bossen, savanne en kratergebied te bereiken valt.
Ook op cultureel gebied is Kameroen gevarieerd, waardoor een reis naar Kameroen nog meer de moeite waard is. Het land heeft het grootste aantal dialecten in Afrika en is het leefgebied van de bekende kleine Pygmeeën.
Door het lange regenseizoen en de vele vulkanen die Kameroen kent, is het land vruchtbaar en groen. Het extreme noorden is een uitzondering, omdat die provincie een lang droogteseizoen heeft. Door de vruchtbaarheid is landbouw het belangrijkste middel van bestaan. Er is zoveel voedsel te vinden, dat Kameroen weinig honger kent, zoals sommige andere Afrikaanse landen.
Tussen maart en november is het regenseizoen. Dat betekent een dagelijkse moessonachtige bui, maar na enkele uren komt de felle zon alweer tevoorschijn. In het regenseizoen is het niet te warm, rond de 25 graden ‘s middags en rond de 15 graden ‘s nachts. In het droge seizoen is het ‘s middags zo’n 30 graden, maar koelt het ‘s nachts aardig af tot een graad of 15.
De nationale taal van Kameroen is Frans, maar in het zuidwesten wordt voornamelijk Pidgin (een Engels dialect) gesproken. Naast deze talen hebben de verschillende bevolkingsgroepen meestal nog een traditionele taal.

Het Rijk van de Bamoun

Het rijk van de Bamoun is gesitueerd in de West-provincie van Kameroen, zo’n 200 kilometer van Douala. Het beslaat het gebied tussen Bafoussam en Foumban, wat ook wel ‘Noun’ genoemd wordt. Het gebied heeft zo’n 800.000 inwoners, waarvan de meeste moslim zijn. Het percentage moslims verschilt per dorp, maar ligt tussen de 70 en 95 procent. Het protestantisme is de één na grootste religie; daarop volgt het katholicisme. De traditionele religie is ook aanwezig, maar vrijwel alleen in combinatie met een andere religie. In deze regio is Frans de officiële taal, maar de Bamounse taal wordt onderling gesproken. Het Bamoun kent ook een schrift.

De hoofdstad van de Bamoun is Foumban, waar de ‘fon’ (opperchief) huist. Foumban is naast hoofdstad ook cultureel centrum. Er wordt veel aan houtnijverheid gedaan en er zijn twee musea te vinden. Verder is er elke dag markt en heeft de stad een paar hotels en restaurants.

De Bamoun staan bekend om hun goede eten en de mooie mensen. De West-provincie is de meest toeristische provincie van Kameroen, om de culturele bezienswaardigheden. De lokale bevolking is echter (nog) niet gewend aan veel contact met blanken. Vaak zijn de mensen in eerste instantie relatief afstandelijk (veel zullen niet als eerste gedag zeggen), maar als jij degene bent die interesse en vriendelijkheid toont, wordt dat alleen maar enorm gewaardeerd.

Het Bamounse Dorp

De Bamounse dorpen bestaan uit huisjes van baksteen met golfplaten als dak. De huisjes van een familie zijn niet met elkaar verbonden, maar staan wel in elkaars buurt. Soms staan ze in een vierkant of cirkel. De Bamoun-cultuur is patrilineair georganiseerd. Wanneer een man en een vrouw trouwen, laat de man een huis bouwen waar ze in gaan wonen. Sommigen mannen trouwen in hun leven met meerdere vrouwen. Dat mag alleen als de man in de behoeften van meerdere vrouwen kan voorzien. Hier moet je denken aan dingen als een eigen huis en voldoende voedsel. Al snel na het huwelijk volgen kinderen. Een gemiddeld gezin heeft zo’n vijf kinderen.

Activiteiten

Kameroen is een vruchtbaar land, waardoor voornamelijk landbouw wordt bedreven. In de Noun worden mais, bakbanaan, zoete aardappel en pinda verbouwd, maar ook rijst, yam en aardappel. Qua fruit zijn er banaan, mango, ananas, papaya, sinaasappel, appel en guave; qua groente wortel, tomaat, (sperzie)boon, avocado, paprika, ui, prei, pompoen, hete peper en verschillende bladgroenten. Er worden kippen, koeien, geiten en varkens gehouden en veel mensen hebben een hond en kat. Honden en katten worden niet genomen voor de gezelligheid zoals wij het kennen, maar puur om hun functie. De hond bewaakt het erf, de kat eet het ongedierte.

Man én vrouw werken op het land. De vrouw staat daarnaast regelmatig op de markt om wat geld te verdienen met hun oogst of lekkernijen als oliebollen en limonade. De vrouw doet verder allerlei huishoudklusjes en heeft daardoor een hele dagtaak aan haar functies. De man zorgt voor het brood op de plank en doet verder niets in het huishouden. Als de man thuiskomt van zijn werk rust hij uit of doet hij z’n sociale rondje. Als de man thuis is, moeten kinderen doen wat hij wil en mogen ze niet bij hem in de buurt zitten.

De kinderen helpen de moeder in het huishouden met schoonmaken, afwassen en koken. Daarnaast werken ze op het land. Kinderen doen mee vanaf een jaar of vijf. Vooral veel christelijke kinderen gaan naar school. Voor moslims, voornamelijk voor moslimmeisjes, is dat minder belangrijk. Er is echter een veranderingsproces gaande wat betreft de functies van de vrouw. Het is tegenwoordig mogelijk voor de vrouw om door te studeren en een vak te leren. Toch belanden veel vrouwen nog steeds in het huishouden. Als de vrouw wel buitenshuis gaat werken, doet de man meestal niet het huishouden, maar neemt hij een huishoudster.

Economie

Bij de Bamoun beheert de man de geldpot. Vooral in polygame gezinssituaties is dit handig, zodat er een goed overzicht gehouden kan worden. Hij geeft de vrouw geld om eten en kleren te kopen en geeft de kinderen soms wat zakgeld. Soms beginnen vrouwen een eigen handeltje op de markt. Vaak wil dan het geval dat de vrouw het geld mag houden voor de aanschaf van persoonlijke spulletjes, soms moet echter alles aan de man afgestaan worden. Vanaf 18 jaar gaan de kinderen in de zomervakantie werken om geld te verdienen voor het gezin of voor zichzelf. Soms worden kinderen op jongere leeftijd er al op uitgestuurd om geld te verdienen voor het gezin.

Indeling van de leefruimten

Kinderen slapen meestal gezamenlijk in een kamer. De ouders delen ook een kamer. In de huiskamer staan een aantal luxe stoelen voor belangrijke gasten en wat minder luxe stoelen voor minder belangrijke gasten. Er staat meestal een televisie, die bijna constant aanstaat. De meeste gezinnen hebben in de huiskamer een eethoek met een tafel en stoelen. Vaak wordt echter voor de televisie in de zithoek gegeten. Naast de huiskamer is er een hokje te vinden waar je kan plassen en jezelf wassen. Buitenshuis is een hutje met het welbekende gat in de grond. Koken wordt ook in een hutje buitenshuis gedaan, door het lange regenseizoen is het namelijk niet slim om buiten te gaan koken.

Voeding

Het hoofdvoedsel van de Bamoun is couscous of froufrou, wat in ieder geval eens per dag gegeten wordt. Het ziet eruit als een plakkerige deegbal. Het wordt geserveerd met een sausje of wat groente, soms met gedroogde vis, vlees of kip erbij. Soms wordt varken of rat gegeten. Vlees is echter duur, waardoor het gemiddeld twee keer per week gegeten wordt. Naast couscous wordt vaak rijst gegeten, met tomatensaus of pindasaus; en plantains (bakbananen), gefrituurd of gekookt met een sausje. In alles wordt rode peper en een maggi-blokje gebruikt. Soms eet men brood met ei, maar dat is ook duur. Tussendoor eet men fruit, pinda’s, oliebollen en kolanoten.

Dorpsorganisatie en bestuur

Elk dorp of stad heeft een ‘chief superieur’ als hoofdverantwoordelijke. Hij is de ‘representative’ voor zijn gebied en de schakel tussen overheid en volk. Mededelingen van de overheid kunnen alleen via de chief superieur overgebracht worden. Daarnaast kunnen manipulaties in de organisatie van het dorp alleen gerealiseerd worden door middel van goedkeuring van de chief superieur. Voorbeelden van manipulaties zijn: de verbetering van de infrastructuur of het bouwen van een hotel. Deze veranderingen kunnen vanuit de overheid of vanuit het volk aangevraagd worden.

Sommigen dorpen in de Noun zijn groot, waardoor er twee chiefs superieur te vinden zijn. Dit is het geval in onder andere Foumban en Foumbot. Eén chief superieur is dan de hoofdverantwoordelijke voor het stadsgebied, de ander voor het plattelandsgebied.
Een Bamounees dorp is onderverdeeld in wijken met elk een eigen verantwoordelijke, ofwel wijkchief. De wijkchief is er om allerlei problemen tussen de inwoners op te lossen. De problemen gaan met name over wie recht heeft op welk stuk land. Als de wijkchief het probleem niet kan oplossen, waagt de chief superieur een poging. Als dit op niets uitloopt moeten de probleemmakers naar de rechtbank, zodat de rechter een uitspraak kan doen.
De chief superieur heeft iedere maand een vergadering met zijn wijkchiefs. Hij heeft ook wel eens een vergadering met de fon in Foumban, de opperchief van de Bamoun, maar alleen als hij opgeroepen wordt om wat te bespreken.

Deze chief-structuur is een traditioneel Kameroenese structuur. Door kolonialisme is er een tweede structuur ontstaan, de moderne overheidsstructuur. In deze structuur wordt elke vijf jaar een burgemeester verkozen door middel van een democratische verkiezing. De functie van de burgemeester is het bewerkstelligen van vooruitgang en ontwikkeling, zoals het verbeteren van de infrastructuur en het bevorderen van de hygiëne. De burgemeester beschikt over de middelen om dit te kunnen bewerkstelligen, de chief superieur heeft dit niet. De burgemeester en chief superieur werken nauw samen. De chief is en blijft namelijk hoofd- en eindverantwoordelijke van het dorp; een project kan dus niet gerealiseerd worden zonder zijn goedkeuring.